Na het avontuur met de portemonnee en de hond hebben we een rustdag genomen in Telavi, een plaatsje in de buurt van de grens met Azerbaijan. Niet al te groot, maar er is een oud paleis te bekijken wat ons wel leuk leek. We overnachtten in Nina’s homestay. Een prachtig oud huis, van binnen nog in oude stijl met een houten vloer, antieken kasten, een houten ballustrade aan onze slaapkamer. Leent zich uitstekend voor een eigen samengesteld ontbijt met broodjes, thee, worstjes en fruit! Het paleis was van Irakli II en in Perzische stijl gebouwd. Houten ramen, schattige open haardjes, en aan alle vier de kanten van het gebouw een schaduwrijke veranda. Aanvullend naar het museum met archeologische vondsten: kettingen, haarspelden, potjes. Het licht werd in elke zaal persoonlijk voor ons aangedaan. Een enorme kapstok bij de entree duidde op betere tijden met veel Russische toeristen. De schilderijenverzameling die in de afgelopen 100 jaar door een vrouwelijke inwoonster van Telavi was opgebouwd (met zelfs 3 Nederlandse werken) bestond vooral uit portretten en lieflijke landschappen. Wel bijzonder dat het iemand in de afgelopen tijd in Georgie is gelukt dit allemaal bij elkaar te verzamelen!
Dit deel van de tocht fietsten we door een brede vallei met aan een kant de Caucasus. Relatief makkelijk met veel vals plat omhoog of omlaag. Ook wel eens fijn! En ontzettend veel meloenen langs de kant van de weg, eindeloos. De eerste paar stalletjes fietsten we voorbij, maar we kregen er steeds meer zin in. Aangekomen op een plek met zeker 10 stalletjes konden we het toch niet laten; op zoek naar de kleinste die er tussen zat. Al snel kregen we er 1 aangeboden. En daar bleef het niet bij, want voor we het wisten had Russell een tas met 4 meloenen achter op de fiets zitten! Weegt toch aardig wat hoor! Maar geweldig natuurlijk dat iedereen je wel wat wil meegeven. Weer op de fiets hebben we snel een plek gezocht om aan de meloenen ter beginnen. We hebben er ook 1achtergelaten onder een koude waterstroom uit een natuurbron, voor een hongerige voorbijganger…
Lagodekhi ligt 10 kilometer voor de grens. Daar waren we al vroeg in de middag welke we hebben doorgebracht aan een koele rivier. Heel veel water was er niet, maar genoeg om jezelf in onder te dompelen en op een warme steen te geieten van wat er om je heen gebeurt. De rivier was duidelijk een plek waar de Georgiers in de middag naar toe gaan: groepjes pubers, jongeren aan het barbequen, gezinnen, een oudere man die zich met shampoo geheel ging wassen, twee mannen die wat brood, kaas en wijn bij zich hadden. Leuk sfeertje! Bij ons vertrek kregen we een uitnodiging van beide heren (‘broers’) om een glaasje wijn mee te drinken. Gezellig en erg lekker! Wat mensen zelf voor wijn kunnen maken! Met handen en voeten hebben we een leuk gesprek kunnen voeren. ’s Avonds na terugkeerin ons guesthouse werden we door de eigenaren ontvangen met perzikken, watermeloen en … een karaf eigen gemaakte ‘zwarte’ wijn. Gewelidg lekker, geurend en smakend naar kersen. Als je hem tegen het licht hield bleef de wijn zwart van kleur. Heerlijk in combinatie met watermeloen. Enigszins tollend doken we ons bed in!
De volgende dag de grens over. Ging eigenlijk heel soepel. We hadden bij de grensovergang met Georgie kunnen oefenen: veel met je paspoort zwaaien. Dat werkte hier ook prima. En al tijdens de eerste Azerbaijaanse kilometers veel gezwaai, geroep en mensen die ons welkom heetten. Heerlijk zo’n ontvangst! En.. weer leuke theeplekjes in de parkjes! Daar hadden we in Turkije zo van genoten en het was dus extra leuk om te zien dat ook in Azerbaijan de parkjes vol zaten met mannen thee drinkend en domino spelend. Geratel van dobbelstenen en backgammon. Bakkertjes waar je lekker kunt lunchen. Mooie gebouwen, schone omgeving. Het was heel prettig rondkijken. In Azerbaijan hebben we ‘de oude weg’ genomen ofwel de Zijderoute. Er is ook inderdaad een nieuwe weg aangelegd, wat het fietsen over de oude weg heel aangenaam maakt. De weg wordt gekenmerkt door veel stukken onverhard afgewisseld met prachtige stukken asfalt. Als fietser is dat perfect! Uitgestrekte dorpjes, werk wordt verzet op paarden en ezels. Bramen langs de kant van de weg, veel brommers met zijspan die van alles kunnen vervoeren: hooi, de hele familie, meloenen. Langs de Zijderoute liggen een aantal plaatsen die in Azerbaijan de moeite waard zijn om te bezoeken, waaronder Seki. Om er te komen was nog wel een kleine onderneming. Op de kaart die we hebben staat bij dit stuk dat de weg ‘impassible’ is. Daar laten we ons niet door uit het veld slaan natuurlijk. Zo’n mooie fietsroute! Die ruilen we niet snel in voor een gladde, net nieuwe asfaltweg. En we hadden al zeker 40 kilometer over die weg gefietst, alles prima. Dat we ons gingen afvragen wat hem zo ‘impassible’ maakt. Er kwamen ook auto’s en bussen van de andere kant, dat stelde ons wel gerust.
Tot mensen gebaren gingen maken naar ons over het stuk weg die er aan zat te komen. Het duurde even voor we de gebaren begrepen: we moesten een rivier oversteken en de brug was weg. Nu heeft Azerbaijan veel rivieren maar zonder water. Deze rivier leek toch wel gevuld te zijn. Volgens mensen om ons heen niet mogelijk om doorheen te komen. Aangekomen bij de rivier was het een redelijk brede, aardig stromende rivier. Eerst maar eens zonder fiets naar de overkant proberen te lopen. Russell dan. Een goede plek uitgekozen en dat ging toch best redelijk, het water kwam tot halverwege zijn bovenbeen. Dat moet ons toch ook lukken met de fiets! Aan een voorbijkomende auto hebben we de fietstassen meegegeven. Om vervolgens een voor een naar de overkant te gaan met de fiets. Ging bij Russell iets moeitelozer dan bij mij, want ik liep aan de verkeerde kant van de fiets, waardoor die met de stroom mee half schuin in het water hing. Voelde wat eng, maar goed: niet losgelaten hoor.
Seki is een plaats waar een aantal oude karavanserai’s zijn, een ervan helemaal ingericht als hotel. Het schijnt zeer de moeite waard te zijn om daar te overnachten, we hadden er ook al over gebeld maar het was helemaal vol. Toch nog even geprobeerd bij aankomst, maar tevergeefs. Dan het Panorama Inn. Zoals de naam al aangeeft een hotel/ guesthouse op een heuvel met prachtig uitzicht over de stad. Heerlijk plekje, met een koel briesje, mooie tuin met veel fruitbomen en heerlijke zitjes om van het uitzicht te genieten. Hier zijn we een dagje gebleven. Door het stadje struinen, fietsen schoonmaken en olieen, beetje niksen en een planning maken voor de komende dagen.
Russell is naar de kapper geweest; een oude man met een enorme hoeveelheid ervaring die er eens echt werk van heeft gemaakt. Eerste zijn haar, waar hij de kuif maar heeft gelaten voor wat het was, alleen plat naar achteren gekamd (‘wat moet je daar toch mee?’). Dan het scheren, wat een hele klus leek te zijn. Zeer zorgvuldig, dagcreme aan het eind en flink wat au de cologne. Een flesje kwam uit een laatje van het houten bureau, nog helemaal nieuw in de verpakking. Een leuke ervaring!
Van Seki zijn we naar Vandam gefietst. Een relatief makkelijke tocht, het eerste deel vals plat naar beneden en het tweede deel vals plat naar boven. Ook eens lekker! Meloen gegeten onderweg, leuke korte contactjes. Onderweg vrouwen die brood bakten in een broodoven. Veel kraampjes met ingemaakte potten en ‘vage flessen’. Gestopt bij een meertje met hotel en restaurant, waar we een ‘tolk’ troffen die met haar broer en moeder de warmte van Baku was ontvlucht door hier een week te verblijven. Leuk gesprek hebben we ’s avonds gehad met dit gezin over godsdienst, cultuur, werk en warmte. 100 kilometer woestijn zouden we volgens hen doormoeten voor we in Baku aankomen… nog 2 fietsdagen.
Na een rommelige, met muziek gevulde nacht, zijn we de volgende dag naar Samax gefietst. Door een prachtig groen gebied, we waren er helemaal door verrast. Bos met veel schaduw, theeplekjes, kraampjes met vers fruit. Een heel andere omgeving met veel heerlijke dennegeuren! We hebben thee gedronken bij Ali. Hij bleek alles te weten over voetbal, specifiek Nederland. Grappig. En naast het maken van thee is hij ook professioneel kaasmaker. We hebben allerlei soorten thee van hem meegekregen, samen met wat kruiden die goed zijn voor hart en hoofd. Thuis maar eens uitproberen. Het bos maakte plaats voor een brede vallei met flinke afdalingen en klims. Wat onverwachts moet ik zeggen, maar als je er eenmaal mee bezig bent is het wel weer lekker. Na drie van die afdalingen naar een rivier (die nog droog staat ook, dus waar doe je het eigenlijk voor?) besloten we een plekje voor de nacht te zoeken. De laatste avond in het land, en de heuvels spraken ons meer aan dan een plaatsje als Samax. Op een heuvel zijn we gestopt bij een restaurantje genaamd ‘Drujba’, wat vriendschap betekent. Mohammed troffen we daar. Voormalig boxer, en goed ook. Hij heeft flink wat wedstrijden in Europa gespeeld. Maar vier keer knock-out geslagen en toen ging het mis. Hij raakte half verlamd en heeft een zware operatie in Israel gehad. Nu kan hij weer heel veel, maar praten lukt niet meer. Met pen en papier erbij hebben we een ontzettend leuke avond met hem gehad! Heel veel gegeten, de gehakt-kebab bleef maar komen. Twee flessen ‘zwarte’ wijn. Het voelde wel als afscheid nemen van ons fietsen en de avondjes in de natuur die daar zo heerlijk bij zijn. Ook deze avond rolden we laat ons bed in. Ach.. morgen vals plat naar beneden! Afdalen van 900 meter naar -22 meter (Baku ligt net onder zeeniveau).
Tja, dat viel toch wat tegen. We wilden de fietstocht afsluiten met een flinke fietstocht, dat geeft toch een bepaald gevoel. 140 kilometer hadden we voor de boeg. Maar het vals plat naar beneden liet nog wel even op zich wachten, er waren nog zeker 3 of 4 klims die we moesten bedwingen. Moesten we in Samax ook nog helemaal naar boven fietsen op zoek naar een pinautomaat. We hadden nog maar 5 NAR en voor zo’n lange fietsdag is dat toch wel wat weinig. Deed de pin het niet… dan maar brood kopen, dat kost niets en daar kan je lang op fietsen. Kregen we het brood van een andere klant bij de bakker zelfs cadeau! Geweldig! Bij het wegfietsen van Samax kwamen we toch nog een bank tegen, met wel een werkende pin. Dat probleem ook weer opgelost! Bij de slager nog heerlijk uit de pan meegegeten, flink wat water ingeslagen en toen kon onze tocht door de woestijn echt beginnen. Er waren wegwerkzaamheden voor ons wel plezierig want dan rijden de auto’s niet zo hard. En inderdaad, het landschap werd kaler en kaler. Zanderig, uitgestrekt, desolaat. En dan die ene weg rechtdoor. Lang voor je uit. En heel erg winderig! Tegen natuurlijk, want daar hebben we deze vakantie een abonnement op. Zo erg soms dat je moest trappen om naar beneden te gaan. Dat is toch te gek eigenlijk! Daar ging het genieten van een langzame geleidelijke afdaling. Het was hard werken, je stuur goed vasthouden om bestand te zijn tegen een windvlaag, dicht bij elkaar fietsen. Het was zwaar. De tocht duurde lang. De omgeving zag er voortdurend hetzelfde uit. Maar… na zo’n 60 kilometer kwamen er toch wat voorsteden van Baku in zicht. Ook in zandkleur, maar het maakte toch een belangrijke afwisseling in het beeld. En het gevoel dat je in de buurt kwam van onze eindbestemming. Los van de hele tocht leek het me ook voor deze dag heel prettig om er een keer te zijn. Ik zat niet meer lekker, was helemaal klaar met de wind, ook met al dat getoeter van auto’s om je heen. Nog een uurtje gefietst door deze voorsteden en toen waren we er. Ons hotel staat naast Velotrek, de Azerbaijaanse wielerclub. Leek ons en handig en toepasselijk! De komende dagen gaan we onze aankomst maar eens uitgebreid vieren! Hebben we toch maar mooi gedaan! En het was fantastisch!